Nieuws

Woensdag 26 juli 2017

Gerichte suppletie bij gewrichtsklachten

Voeding is eerste keus wanneer we gewrichtsklachten willen voorkomen. Maar wanneer er al sprake is van klachten zoals pijn en stijfheid, is het nodig om ook gericht suppletie te geven. Glucosamine is daarbij een belangrijk, maar zeker niet het enige supplement.

 

In onze vorige nieuwsbrief kon je meer lezen over de do’s en dont’s van voeding voor gezonde gewrichten. Maar wat als er al schade aan de gewrichten is opgetreden? In dit artikel vertellen we je meer over gerichte suppletie bij gewrichtsklachten.

 

Inschrijven voor de nieuwsbrief 

 

Waarom suppleren?

Onze huidige voeding lijkt niet meer op die van onze verre voorouders. Veel gewassen bevatten door intensieve landbouw minder magnesium, calcium en andere belangrijke mineralen dan de wilde varianten. Wereldwijde handel zorgt er bovendien voor dat we tussen de tien en twintig procent minder gevarieerd eten dan onze verre voorouders, die op jaarbasis honderden verschillende kruiden en planten aten (Şerban, 2008). In onze huidige voeding ontbreken daardoor ook veel antioxidanten en immuunondersteunende stoffen. Maar waarom is dit belangrijk voor de gewrichten?

 

De meeste klachten en ziektebeelden van de gewrichten vinden hun oorsprong in laaggradige ontstekingen en oxidatieve belasting. Suppletie met natuurlijke en natuuridentieke stoffen kan deze tekorten goed aanvullen en is daarom geïndiceerd voor een optimale gezondheid van het bewegingsapparaat. Daarbij heeft gerichte suppletie een aantal zeer gunstige effecten op ziektebeelden zoals reumatoïde artritis, artrose, jicht en wekedelenreuma.

 

Glucosamine

Glucosamine helpt bij artrose van de knie. De stof is een bouwsteen voor proteoglycanen. Ook stimuleert glucosamine de aanmaak van synoviaalvocht. Het heeft echter wel voldoende kraakbeen nodig om zich in te bouwen, dus hoe meer er reeds verdwenen is, hoe minder goed glucosamine zijn werk kan doen. Onderzoek in de Lancet laat zien dat drie jaar lang dagelijks 1500 mg glucosamine leidt tot minder voortschrijding in pijn, stijfheid en fysieke beperkingen bij artrose van de knie dan bij placebo (Reginster, 2001). Het heeft echter geen effect op het ontstekingsproces dat eraan ten grondslag ligt. De stof UC-II doet dit wel.

 

UC-II

UC-II staat voor ongedenatureerd collageen type-2. Het verbetert zowel de onderliggende ontstekingsprocessen bij reumatoïde artritis en artrose, als de bijkomende klachten (Bagchi, 2002). Interactie met Peyerse platen in het Gut Associated Lymphoid Tissue (GALT) geeft een hyporesponsief immuunsysteem, waardoor pijnintensiteit in de gewrichten afneemt.

 

De Peyerse platen zijn een opeenstapeling van immuuncellen ingebed in het darmepitheel. Daar neutraliseren ze pathogene organismen en eiwitten. UC-II wordt op die plek gefagociteerd, wat de aanmaak van T-regulatorcellen stimuleert. Deze scheiden op hun beurt weer TGF-β en IL-10 af, die door het bloed en de lymfe getransporteerd worden naar de gewrichten. Dit bevordert de gezonde immuunrespons en zorgt er uiteindelijk voor dat chondrocyten weer collageen en proteoglycanen gaan produceren in plaats van ontstekingsbevorderende cytokinen. Ook de T-regulatorcellen zelf dragen bij aan het herstel. Wanneer UC-II samen met glucosamine gegeven wordt, pakt men de problematiek dus zowel bij de oorzaak (ontsteking) als bij de gevolgen (schade) aan.

 

Groenlipmossel 

Groenlipmossel is bijzonder omdat het één van de weinige voedingsmiddelen is met glucosamine die we direct kunnen eten. Bovendien is het een remmer van 5-LOX en COX-2, enzymen die omega-6 (linolzuur, arachidonzuur) omzetten in ontstekingsbevorderende stoffen. Groenlipmossel remt COX-2 en 5-LOX, waardoor er minder ontstekingsstoffen vrijkomen (McPhee, 2007). Hiervoor zijn doseringen nodig die het best uit een extract gehaald kunnen worden.

 

Groenlipmossel is overigens niet geschikt bij jicht, omdat het urinezuur produceert dat neer kan slaan als kristallen in de gewrichten. Dit verergert de klachten van jicht.

 

Chondroïtine

Chondroïtine is onderdeel van de tussenstof en wordt geproduceerd door kraakbeencellen. Het is een van de belangrijkste componenten van kraakbeenweefsel en draagt bij aan de drukweerstand. Wanneer de kraakbeencellen verdwijnen, neemt de productie af. Dit gebeurt onder andere bij het ouder worden. Dierlijk kraakbeen is de belangrijkste natuurlijke bron, hetgeen niet binnen het hedendaagse westerse voedingspatroon wordt gegeten. Suppletie is dus vereist.

 

Visvetzuren

De richtlijn voor visconsumptie wordt door slechts 14% van de Nederlandse bevolking gehaald (CBS, 2015). Het is dus aannemelijk dat bij de meeste mensen onvoldoende EPA en DHA aanwezig zijn voor de productie van resolvinen die de ontsteking moeten uitzetten. Bovendien dragen omega-3-vetzuren bij aan een betere balans tussen omega-3 en omega-6. Dit blijft ook belangrijk wanneer de gewrichtsproblemen zich al hebben aangediend.

 

Astaxanthine

Astaxanthine remt zowel ontstekingen als vrije radicalen. Het is een superantioxidant die verantwoordelijk is voor de roze kleur van bijvoorbeeld garnalen, krill en zalm. Het blijkt in staat te zijn om laaggradige ontstekingen te downreguleren (Lindsey, 2013). Het werkt niet op COX-1 of COX-2, maar heeft meer algemene regulerende eigenschappen. Het duurt ongeveer 2 tot 4 weken voordat de gewrichtspijn minder wordt en kracht en mobiliteit toenemen.

 

Curcuma longa

Over de indicaties en werking van Curcuma longa kan een bibliotheek gevuld worden. Hier behandelen we alleen het effect bij reumatoïde artritis. Bij reuma staat de transcriptiefactor NF-kB centraal, de stof die ontstekingsbevorderende cytokines transcribeert van het DNA. Dankzij de remmende werking op NF-kB kan Curcuma longa zowel de acute als chronische fase van reuma remmen (Funk, 2006). Bovendien is Curcuma longa net zo effectief gebleken als NSAID’s (aspirine, ibuprofen, diclofenac) bij de behandeling van pijn, zwelling en de ochtendstijfheid die zo kenmerkend is voor reumatoïde artritis.

 

Vitamine C en E

Vitamine C en E zijn antioxidanten die het lichaam nodig heeft om vrije radicalen te remmen welke kunnen bijdragen aan gewrichtsschade. Een lage antioxidantstatus is een risicofactor voor reumatoïde artritis (Heliovaara, 1994). Vooral een laag gehalte aan vitamine C kan problemen opleveren: hierdoor neemt de kans op polyartritis met 300 procent toe.

 

Vitamine D

De kans op de ontwikkeling van gewrichtsklachten is groter bij een vitamine D-tekort (Jeffery, 2016). Vooral bij vrouwen met reumatoïde artritis worden lage gehaltes vitamine D in het bloed gevonden. Daarbij geldt: hoe ernstiger de ziekteverschijnselen, hoe groter het tekort. Daarbij is het zo dat, hoe verder men van de evenaar af woont, hoe groter de kans op reumatoïde artritis is. Over het algemeen hebben personen met knie-artrose bij lagere concentraties meer pijn en minder beweeglijkheid. Ook de verergering van het ziektebeeld gaat sneller bij een gebrek aan vitamine D.

 

In onze volgende nieuwsbrief vertellen we je meer over het belang van een goed zuur-basenevenwicht voor de gewrichten.

 

Meer informatie en bronvermeldingen van dit artikel vind je in onze whitepaper “De integratieve preventie en behandeling van gewrichtsklachten.