Nieuwe inzichten in maagzuurklachten

In deze column gepubliceerd in Voedingsgeneeskunde vertelt docent Wout van Helden over nieuwe inzichten in maagzuurklachten: "Het gaat niet alleen om ‘te veel’ of ‘te weinig’ maagzuur".

Maagzuurklachten behoren al jaren tot de top 5 van meest voorkomende redenen voor een bezoek aan de huisarts. Toch is de gedachte dat brandend maagzuur vooral ontstaat door een overschot aan maagzuur inmiddels achterhaald. In een gesprek met orthomoleculair therapeut en Natura Foundation-docent Wout van Helden wordt duidelijk dat de werkelijkheid complexer is.

Wout van Helden ziet in de praktijk juist het tegenovergestelde. “Bij een groot deel van de mensen is er géén sprake van hyperaciditeit, maar van een ontregeling in de totale maagsapfysiologie. Te weinig maagzuur komt zelfs vaker voor dan een overschot. Daarnaast kunnen klachten ontstaan bij een normale zuurproductie wanneer de regulatie of de barrièrefunctie van de maag verstoord raakt. Dat vraagt om een bredere kijk dan alleen ‘te veel of te weinig’. De focus verschuift hierbij naar een bredere aanpak waarin voeding, leefstijl en natuurlijke ondersteuning centraal staan.”

Maagsap: complex systeem

Om optimaal te kunnen functioneren produceert de maag maagsap, rijk aan maagzuur. “Maagsap is een veel complexer systeem dan vaak gedacht”, vertelt Wout. “Het gaat niet om ‘zuur of geen zuur’. Maagsap bestaat uit onder andere zoutzuur, pepsine, slijm, intrinsieke factor (van belang voor de opname van vitamine B12) en bicarbonaat. Die mix moet precies op elkaar afgestemd zijn. De pariëtale cellen, G-cellen, D-cellen en de nervus vagus bepalen samen hoeveel zuur, enzymen en beschermende slijmstoffen worden afgegeven. Deze mix breekt niet alleen voedsel af en doodt bacteriën, maar beschermt ook het maagslijmvlies. Wanneer het evenwicht in dit systeem verstoord raakt, kunnen klachten ontstaan zoals brandend maagzuur, misselijkheid, reflux, een opgeblazen gevoel, maagpijn en oprispingen. Klachten die in de praktijk vaak onterecht worden toegeschreven aan ‘te veel zuur’.”

Hypochlorhydrie: onderschat probleem

Volgens Wout is hypochlorhydrie (verminderde maagzuurproductie en hogere pH) een onderschat mechanisme. “Bij te weinig zuur werkt de eiwitvertering minder goed, gaat de maaglediging trager en ontstaat er makkelijker fermentatie van voedsel. Dat leidt tot gasvorming en druk, en daardoor kan zelfs een kleine hoeveelheid zuur terugvloeien in de slokdarm.” Daarnaast kunnen eiwitresten die onvoldoende worden afgebroken in de darm gaan rotten, wat leidt tot sterkere en onaangenaam ruikende winden.

Een belangrijke nuance, benadrukt Wout: “Reflux betekent dus niet per definitie dat er te veel zuur is. Het betekent dat zuur op de verkeerde plek komt.”

Werking maagzuurremmers soms averechts

Hoewel protonpompremmers (PPI’s) in bepaalde situaties waardevolle en soms zelfs noodzakelijke medicijnen zijn, bijvoorbeeld bij ulcera, Barrett-slokdarm of ernstige reflux, is langdurig gebruik minder gunstig. Wanneer er al sprake is van een lage zuurproductie, kan het verder verhogen van de pH de opname van belangrijke voedingsstoffen verstoren, zoals ijzer, calcium, magnesium en vitamine B12. Dit zijn de nutriënten waarover de meeste onderzoeksdata beschikbaar zijn, maar het is aannemelijk dat meer voedingsstoffen worden beïnvloed.

Daarnaast raakt ook de afgifte van gal en spijsverteringsenzymen verstoord. De natuurlijke maagzuurtrigger die normaal de pancreas en galblaas activeert, valt deels weg. Verder verandert het microbioom: minder maagzuur maakt het voor bacteriën eenvoudiger om te overleven, waardoor de samenstelling van het darmmicrobioom kan verschuiven.

Langdurig gebruik van PPI’s kan het risico op bacteriële overgroei in de dunne darm (SIBO) verhogen, omdat het natuurlijke zuurmilieu dat bacteriën in toom houdt verzwakt raakt.

Een complicerende factor is het zogeheten reboundeffect. Door het chronisch remmen van de pariëtale cellen gaat het lichaam meer gastrine produceren. Wanneer iemand vervolgens stopt met PPI’s, wordt er tijdelijk extra veel maagzuur aangemaakt. Dat veroorzaakt juist méér klachten, waardoor stoppen lastig wordt. Dit reboundeffect kan al binnen drie dagen optreden en het kan maanden duren voordat het systeem weer tot rust komt. Daarom is het belangrijk om eerst de onderliggende fysiologie goed in kaart te brengen voordat je voor een interventie kiest. Uiteindelijk wil je de oorzaak van de maagzuurklachten aanpakken, niet alleen de symptomen onderdrukken.
De oorzaak van een tekort aan maagzuur is dus divers. Bijvoorbeeld langdurig gebruik van PPI’s, een Helicobacter pylori-infectie, atrofische gasritis of simpelweg chronische sress die de vagale stimulatoe onderdrukt. Daarnaast neemt de maagzuurproductie vaak af met het ouder worden, kunnen auto-immuunprocessen de pariëtale cellen beschadigen en kunnen tekorten aan bepaalde voedings!o%en, zoals zink of B-vitaminen, de productie van maagzuur verder verlagen.

Leefstijl en voeding als eerste stap

Leefstijl en voeding spelen een belangrijke rol in de aanpak van maagklachten. Maar een gezonde maagfunctie start eigenlijk al vóór de maaltijd. Wout: “Al in de cephalische fase (de fase waarin geur, aanblik en verwachting van voedsel de spijsvertering voorbereiden) wordt via de nervus vagus de maagzuurproductie geactiveerd. In onze moderne eetgewoonten slaan we die fase vaak over: we eten gehaast, soms achter een scherm, of onder stress. Dat remt de vagale respons, waardoor de maag onvoldoende wordt voorbereid op de maaltijd. Tijd nemen voor de maaltijd, eerst goed ruiken aan je eten en goed kauwen heeft een meetbaar effect op de maagzuursecretie. Dat is geen vage tip, maar pure fysiologie.”

“Snelle suikers en FODMAPs worden in de darmen gefermenteerd. FODMAPs zijn fermenteerbare oligo-, di- en monosachariden en polyolen, voorkomend in tarwe, ui, knoflook, bonen en bepaalde fruitsoorten. Daarbij ontstaan gassen die de darmen uitzetten en zo de druk in de buikholte verhogen. Die verhoogde druk kan zich uiten als een gevoel van ‘druk op de maag’ en refluxklachten verergeren.”

“Bitterstoffen, zoals rucola, witlof, paardenbloem, grapefruit, gentiaanwortel en artisjokblad, stimuleren de maagzuurproductie doordat ze bitterreceptoren in de mond en maag activeren. Daarnaast spelen zink en de B-vitaminen een essentiële rol in de maagfysiologie en zorgt het toevoegen van eiwitten bij de maaltijd voor de aanmaak van gastrine en daarmee maagzuur.

Stress

Overmatig drinken tijdens de maaltijd kan de vertering verstoren. Ook alcohol, koffie, chocolade en vetrijke maaltijden zijn bekende triggers, omdat ze de werking van de maagsluitspier kunnen verslappen.

Chronische stress blijkt eveneens een belangrijke factor. “Wanneer stress langdurig aanhoudt, blijft het sympathisch zenuwstelsel actief en komt de spijsvertering op een laag pitje te staan. De aanmaak van maagsap wordt dan geremd: er wordt minder zuur en worden er minder enzymen geproduceerd, waardoor de kans op incomplete vertering toeneemt.”

Ontspanning en een regelmatig eetritme zijn daarom essentieel voor een goed functionerende spijsvertering. Bovendien speelt acetylcholine, de belangrijkste neurotransmitter van het parasympathisch zenuwstelsel, een cruciale rol bij de stimulatie van maagzuurproductie. Wanneer de parasympathische activiteit daalt, bijvoorbeeld door stress, vermindert ook deze aansturing.

De oplossing

Er bestaat geen standaardoplossing voor maagklachten. De oorzaak verschilt per persoon en vraagt om een individuele benadering waarin voeding, leefstijl en gerichte ondersteuning samenkomen. Wout benadrukt dat een effectieve aanpak van maagklachten begint bij een gedegen analyse of onderzoek. “De vraag is niet: is er te veel of te weinig zuur? De vraag is: waar in het totale systeem zit de verstoring? Hoe functioneren zuurproductie, slijmvliesbescherming, enzymactiviteit, microbiota, stressrespons en voeding samen? En waar loopt het mis?”

“We weten nu dat een combinatie van leefstijl, voeding, stressreductie en gerichte fysiologische ondersteuning de beste basis vormt voor herstel, hier begint het. Eventueel te overwegen is suppletie met betaïne-HCl om de zuurgraad in de maag te normaliseren en zo de eiwitvertering en maaglediging te verbeteren. Ook zink speelt een sleutelrol bij de aanmaak van bicarbonaat en draagt bij aan een gezonde slijmvliesbescherming. Dit zijn geen wonderoplossingen; zulke interventies werken alleen optimaal wanneer ze samengaan met aanpassingen in voeding, leefstijl en stressmanagement.”

Vijf praktische adviezen van Wout van Helden

  1. Onderzoek eerst de onderliggende oorzaak
  2. Activeer de cephalische fase voor elke maaltijd: eet met aandacht, ruik aan je eten en kauw rustig
  3. Gebruik bitterstoffen (zoals rucola, witlof, artisjok) en beperk drinken tijdens maaltijden
  4. Optimaliseer de nutriëntenstatus (o.a. zink, vitamine B1, B12 en eiwitten)
  5. Verminder factoren die druk op de maag verhogen: snelle suikers, FODMAPs, alcohol, koffie, chocolade en grote vetrijke maaltijden

Conclusie

Maagklachten zijn zelden een simpel probleem van ‘te veel’ of ‘te weinig’ zuur. Ze ontstaan meestal door verstoringen in het totale systeem: de productie van maagzuur, de kwaliteit van het maagslijmvlies, de activiteit van enzymen, de werking van de maagsluitspier, de samenstelling van het microbioom en de invloed van stress en voeding op dit geheel.

Herstel vraagt daarom om een integrale benadering, waarin voeding, leefstijl en gerichte fysiologische ondersteuning samenkomen. Door eerst de onderliggende verstoring in kaart te brengen en daarna gericht bij te sturen, kan de natuurlijke balans van de maagsapfysiologie worden hersteld en daarmee ook de klachten.