Nieuws

Donderdag 2 augustus 2018

Science: de film van early life stress

Bij kPNI-professionals is het natuurlijk bekend dat stress in het vroege leven programmeert voor depressieve gevoelens en psychische aandoeningen op latere leeftijd. Nieuw onderzoek in Science legt een deel van het neurobiologische script daarachter bloot. 

 

In uw praktijk komt u ongetwijfeld cliënten tegen die bij een verhoogd stressniveau snel in een depressie belanden. Vaak ziet de cliënt dit zelf als negatieve karaktereigenschap. Door verdere negatieve feedback vanuit de sociale omgeving kan dit een krachtige bron van schuldgevoelens worden. Hoe kunt u uw cliënt met dit cluster van problemen helpen?


De film van early life stress

Allereerst maakt u een ‘film’ van de gezondheid van uw cliënt. U vraagt door en kijkt voorbij de symptomen naar de achterliggende oorzaken die uw cliënt hebben gemaakt tot wie die nu is. Dan zult u zien dat de depressieve gevoelens niets te maken hebben met een ‘slecht’ karakter; vaak blijkt de oorzaak te liggen in negatieve ervaringen in het vroege leven.
Neem eenzaamheid of angst na de geboorte, bijvoorbeeld door een afwezige moeder. Dit kan fysieke afwezigheid zijn – bijvoorbeeld vanwege complicaties bij de geboorte – maar ook emotionele. Zo kan een postnatale depressie levenslange effecten hebben op de sociale, emotionele, cognitieve en zelfs lichamelijke ontwikkeling van het kind [4,5]. Maar waar ligt de fysieke link tussen het vroege leven en de latere volwassenheid? 


Epigenetisch programma

Het nieuwe onderzoek in Science onderstreept waarom negatieve ervaringen in het vroege leven zo’n vergaande impact hebben.
De onderzoekers ontdekten dat jonge muizen die vlak na de geboorte geen moederzorg kregen, onderdrukte gehaltes Otx2 hadden in het hersengebied genaamd ventrale tegmentum [2]. Onderdrukking van deze epigenetische transcriptiefactor zorgde in dit hersengebied voor afwijkende transcriptie van honderden genen. Als volwassen muizen vertoonden deze muizen onder stressvolle omstandigheden vaker depressief gedrag dan de controlegroep. 
"Een verstoorde moederzorg geeft het ventrale tegmentum een langdurige gevoeligheid voor depressie. Dit is al waarneembaar voordat er sprake is van gedragsverandering”, aldus de onderzoekers. 

 

Ventrale tegmentum

Het ventrale tegmentum is een extra interessant stukje van de puzzel. Het gebied bevindt zich aan de onderkant van de middenhersenen en staat aan de basis van het mesocorticolimbisch dopaminesysteem en maakt onderdeel uit van het beloningssysteem. De veranderde epigenetische transcriptie grijpt diep in op de zetel van cognitie, motivatie, intense emoties en verslavingsgevoeligheid. Verstoorde cognitie, gebrek aan motivatie en moeite met het ervaren van emoties gaan hand in hand met depressieve gevoelens.  

 

Evolutionair geconserveerd

Het onderzoek bij muizen kan volgens de onderzoekers als blauwdruk gebruikt worden voor hoe het bij mensen werkt. Veel van de neurale en hormonale mechanismen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan en behouden van moederbinding, sociale binding en seksuele binding zijn namelijk sterk evolutionair geconserveerd tussen de verschillende zoogdiersoorten [6]. Bovendien liet eerder onderzoek bij mensen al zien dat stress in het vroege leven de kans op depressie en andere psychische aandoeningen vergroot [1]. 


“Het ultieme translationele doel is om het onderzoek naar behandelstrategieën te bevorderen voor mensen die stress en trauma hebben opgelopen in de kindertijd”, aldus de onderzoekers.

 

Epigenoom en microbioom  

Bij de studie ontbreekt helaas verdere informatie omtrent de relatie tussen darm, microbioom en hersenen. Heeft een verstoorde ontwikkeling van de darmflora hier een rol gespeeld? Zonder moederzorg ook geen huid op huid contact en geen borstvoeding, dus geen overdracht van belangrijke immunoglobulinen en huidflora. Heeft dat direct invloed op Otx2? Het onderzoek laat veel vragen onbeantwoord. Maar de lacune kan opgevuld worden met inzichten uit de klinische psycho-neuro-immunologie.
De psycho-neuro-immunologie doet veel onderzoek naar de relaties tussen het microbioom en epigenoom. Hieruit is al naar voren gekomen dat stressoren in het vroege leven hun weerslag hebben op de darmen en zorgen voor epigenetische veranderingen in het hele genoom [1,3]. Versterking van de darmflora en positieve beïnvloeding van het epigenetisch milieu met voeding(sstoffen) zijn dus sowieso geïndiceerd. Maar hoe overtuigt u uw cliënt dat schuldig voelen niet hoeft? 

 

Deep learning

Deep learning zorgt voor duurzame vergroting van zelfkennis. Algemeen doel is dat de cliënt met een actieve oplossingsgerichte houding en een gepaste positieve verwachting van de toekomst midden in zijn gezondheidsproblematiek komt te staan. De kPNI-therapeut functioneert hierbij als een coach die vragen van de cliënt beantwoordt en uitleg geeft over het klachtenbeeld, risicofactoren, verstoorde lichaamsprocessen en hoe dit verbeterd kan worden. En daarbij komt inzicht in de neurobiologie van early life stress goed van pas.

 

Bronnen

[1] Mark R. Opp. (Ed.), Primer of PsychoNeuroImmunology Research, PsychoNeuroImmunology Research Society (2016), pp. 127-33.

[2] C.J. Peña el al., "Early life stress confers lifelong stress susceptibility in mice via ventral tegmental area OTX2," Science (2017).

[3] Chen B, Sun L, Zhang X., Integration of microbiome and epigenome to decipher the pathogenesis of autoimmune diseases, J Autoimmun. 2017 Sep;83:31-42.

[4] Murray, L. & P.J. Cooper (1997). Postpartum Depression and Child Development. New York: The Guilford Press.

[5] O’Hara, M.W. & J.E. Mc Cabe, Postpartum Depression: Current Status and Future Directions, Annual Review of Clinical Psychology, 2013 ((9), 379-407.

[6] K.D Broad, J.P Curley, and E.B Keverne, Mother–infant bonding and the evolution of mammalian social relationships, Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci. 2006 Dec 29; 361(1476): 2199–2214.