Nieuws

Dinsdag 16 mei 2017

Interview: Frits Muskiet over vet

De Amerikaanse voedingsonderzoeker Ancel Keys stond aan de wieg van het Let op vet-advies dat decennia onze voedingskeuzes heeft bepaald. Maar volgens Frits Muskiet, emeritus hoogleraar Pathofysiologie en Klinisch Chemische Analyse, heeft dit alleen maar bijgedragen aan ongezonde eetgewoonten.

 

“Ancel Keys heeft aan de basis gestaan van vermoedelijk de grootste misser uit de geschiedenis van de voedingswetenschap” – Frits Muskiet

 

Vraag een willekeurige persoon naar de meest ongezonde voedingsgewoonte en de kans is groot dat je hoort: 'het eten van vet'. Hoe komt dat?

 

Ancel Keys publiceerde zijn Zeven Landen Studie in 1978. Als gevolg van selectieve publicatie van resultaten worden vooral sinds 1985 de consumptie van verzadigd vet, cholesterol en van 'voedingsvet' in het algemeen geassocieerd met hart- en vaatziekten. Dit heeft geleid tot voedingsaanbevelingen die de bevolking massaal op een ander voeding heeft laten overgaan. Zo werden vooral eieren en verzadigd vet voortaan vermeden en vervangen door linolzuur en koolhydraten. Die laatstgenoemde werden vooral 'snelle' koolhydraten, zoals in suiker en brood.

 

 

Welke gevolgen heeft dit gehad voor onze gezondheid?

 

De verhoging van het aandeel snelle koolhydraten in het voedingspatroon zorgt voor dikkere en zieke mensen. Niet voor niets kwam de WHO in 2015 met zijn aanbevelingen om 'vrije suikers' te beperken. Dat is een belangrijke stap in de goede richting. De dominante consensus over vet in de voedingswetenschap is sinds Keys echter nog nauwelijks veranderd. Dat is letterlijk dodelijk omdat het zorgt voor voortijdige overlijdens van vele mensen.

 

Nog steeds bestaat de aanbeveling om ruim koolhydraten te eten en nog steeds is de vermindering van de verzadigd vetconsumptie een speerpunt van de overheid. Dit ondanks de meta-analyse van gerandomiseerde interventiestudies die aantoont dat de vervanging van verzadigd vet door linolzuur een net niet significant hogere sterfte veroorzaakt. In dezelfde studie blijkt de verlaging van 'ons cholesterol' door middel van linolzuur geassocieerd is met meer sterfte.

 

 

Hoe is deze situatie met linolzuur zo ontstaan?

 

Vóór 2015 gold dat het verzadigd vet gehalte van de voeding onder de 10 energieprocent moest worden gehouden. In de VS geldt nog steeds de aanbeveling om minder dan 7 energieprocent verzadigd vet te eten. De American Heart Association lanceerde in 1961 de aanbeveling om 5-10 energie procent linolzuur te realiseren. Verzadigd vet moest daarbij vervangen worden door meervoudig onverzadigd plantaardig vet, lees: linolzuur. Dat heeft de bevolking deels gedaan. Het linolzuurgehalte van de moedermelk is sinds die tijd met een factor 2-3 gestegen.

 

Ook de huidige flesvoeding staat sindsdien stijf van de linolzuur, want het aanbevolen linolzuurbereik voor flesvoeding is gebaseerd op de gehaltes die in moedermelk zijn waargenomen. Interessant is dat het vet in moedermelk ongeveer 50-60% van de totale energie weerspiegelt en dat daarvan 40-60% verzadigd vet is. Laatstgenoemde gehalte is nagenoeg niet te beïnvloeden door de voeding van de moeder. Dus op grond van de 7-10 energieprocent verzadigd vet aanbeveling moet moedermelk eigenlijk worden verboden. Gedreven door de aanbeveling om verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet te vervangen 'verbeterde' de mens op deze manier de enige voeding die op evolutionaire manier tot stand is gekomen.

 

 

Hoeveel energieprocent verzadigd vet krijgen we in Nederland binnen?

 

De gemiddelde inname van verzadigd vet in Nederland lag in 2007-2010 in de orde van de 12-13 energie procent, sinds 2003 is dit aandeel niet wezenlijk veranderd. Melk en melkproducten zijn in Nederland veruit de belangrijkste bronnen van verzadigd vet. Echter, meta-analyses van observationele studies tonen hooguit gunstige invloeden van melk en melkproducten op indices voor hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2. RCTs tonen geen potentieel schadelijke effecten op risicofactoren die samenhangen met circulerende vetten, bloeddruk, ontsteking, insulineresistentie en vasculaire functie.

 

Het maakt niet uit of volvette of magere producten worden gebruikt. Een meta-analyse van 21 prospectieve studies met 347.747 personen liet ook geen relatie zien tussen de inname van het totaal aan verzadigd vet en cardiovasculaire ziektes. In een meer recente meta-analyse was er in gezonde personen geen relatie tussen de inname van verzadigd vet met sterfte aan alle oorzaken, hart en vaatziekte, sterfte aan hart en vaatziekte, ischemische beroerte en diabetes mellitus type 2.

 

 

Wat is de rol van Ancel Keys in dit hele verhaal?

 

Keys staat met zijn 'Zeven Landen studie' aan de basis van de 'cholesterolhypothese van hart- en vaatziekten'. Kort gezegd: 'LDL-cholesterol is slecht en HDL-cholesterol is goed'. Het bewijs hiervan is nooit geleverd, maar voor vele wetenschappers is de situatie duidelijk en de discussie gesloten. Zo accepteerde de Gezondheidsraad ten behoeve van de 'Richtlijnen Goede Voeding 2015' het LDL-cholesterol als een bewezen oorzaak van hart- en vaatziekten. Maar ondertussen is de wetenschap er nog lang niet over uitgesproken.

 

Het is belangrijk om de redeneringen van de voorstanders van de cholesterolhypothese goed op hun waarde te schatten. Dat de instabiele atherosclerotische plaque cholesterolesters bevat, betekent nog niet dat cholesterol de oorzaak is van atherosclerose. Een belangrijk argument is dat statines het LDL-cholesterol doen dalen en dat statines het risico op hart- en vaatziekten verlagen. Beide waarnemingen zijn zonder enige twijfel overtuigend bewezen, maar dat maakt nog geen causaliteit tussen die LDL-cholesterol verlaging en dat lager risico. Want statines hebben zogenaamde pleiotropische effecten; ze doen meer dan LDL-cholesterol verlagen, al was dit wel de primaire reden om statines te onderzoeken. Zo onderdrukken statines ook ontsteking. Ze verlagen de CRP en zeg dan maar wat oorzaak is en wat gevolg. Reeds in de jaren 90 werd door Ross naar voren gebracht dat atherosclerose een inflammatoire ziekte is.

 

 

Maar wat is nu de echte risicofactor voor hart- en vaatziekten?

 

In werkelijkheid gaat het om een subfractie van het LDL, het zogenaamde 'small dense LDL'. Dat is de werkelijke risicofactor en zelfs die staat niet op zichzelf. Inderdaad, 'verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol', maar dat is de halve waarheid. Want dit gegeven dient te worden gevolgd door het feit dat het hier gaat om een stijging van de grotere LDL-deeltjes die geen risico opleveren en dat ook het HDL-cholesterol stijgt.

 

Small dense LDL komt onder andere samen met een verlaging van de 'good guy' genaamd HDL, dat zich onder deze omstandigheden gaat gedragen als 'bad guy'. Hun vorming wordt veroorzaakt door een verkeerde leefstijl, waarbij 'lage graad ontsteking' in het centrum staat. Tenzij we ervan uitgaan dat de natuur onlogisch is en onze evolutie niet is gebaseerd op het optimaliseren van ons lichaam in zijn context, kan de natuur niet de bedoeling hebben om ons hart- en vaatziekten te bezorgen.

 

Wie de principes van de biologie niet overboord zet, moet constateren dat hart- en vaatziekten een volkomen normale reactie zijn op een door de mens gekozen omgeving/leefstijl die in de evolutie nooit heeft bestaan.

 

 

Hoe kunnen we het tij keren?

 

Bij het informeren van het publiek over de factoren en de gevaren van een ongezonde leefstijl is het belangrijk om voorlichting te geven over de invloed van verzadigd vet en ons serum (LDL)-cholesterol op basis van goede wetenschap. Er zijn inmiddels vele serieuze wetenschappers die het voortouw nemen omdat ze vanuit het complete systeem denken. Opvallend is bovendien dat artsen - mensen dus met een directe verantwoordelijkheid voor het leven van individuele patiënten - hun stem en invloed steeds luider laten horen.

 

Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt dat de dominante consensus over vet op misvattingen is gebaseerd en het robuuste principe van de biologie als een systeembenadering geheel buiten spel plaatst.

 

Bronnen

Voor uitgebreidere achtergronden en literatuurreferenties zie o.a.:

1. Muskiet FAJ, Muskiet HHA, Kuipers RS Het faillissement van de verzadigd vethypothese van cardiovasculaire ziektes Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2012; 37: 192-211.

2. Muskiet FAJ. De LDL-cholesterol concentratie heeft zijn status als risicofactor verloren. Ned Tijdschr Klin Chem Labgeneesk 2016; 41: 253-265.

3. Ruiz-Núñez B, Dijck-Brouwer DA, Muskiet FA. The relation of saturated fatty acids with low-grade inflammation and cardiovascular disease.J Nutr Biochem. 2016.

https://www.foodlog.nl/artikel/reactie-van-professor-muskiet-op-professor-katan-inzake-vet-en-ancel-keys/