Nieuws

Dinsdag 15 maart 2016

Slechte darmflora verhoogt risico autisme

Een slechte darmflora in de vroegste levensfase verhoogt het risico op eczeem, allergieën en auto-immuunziekten. Maar dat is niet alles: het blijkt ook risicoverhogend te werken op neuropsychiatrische aandoeningen als ADHD en autisme.

 

Steeds meer onderzoek laat zien dat onze darmflora communiceert met het centraal zenuwstelsel en langs deze weg onze hersenfunctie en gedrag beïnvloedt. Angst, stemming en cognitie blijken allemaal onder invloed te staan van de darm-hersenverbinding. Deze aanvliegroute is ook veelbelovend bij de preventie, beheersing en behandeling van neuropsychiatrische aandoeningen.

Andere samenstelling darmflora

Onderzoekers in Finland hebben het verband tussen autisme, ADHD en de samenstelling van de darmflora onderzocht. Vijfenzeventig baby’s tussen de 0 en 6 maanden werden behandeld met een probioticum of placebo. Vervolgens werden deze kinderen 13 jaar later nog eens onderzocht. De samenstelling van de darmflora werd aan de hand van ontlastingsonderzoek bepaald.

 

Aan het eind van het onderzoek bleek dat 0 procent van de probioticagroep een diagnose ADHD of autisme had gekregen. In de placebogroep was dit 17 procent. Het onderzoek was weliswaar niet groot opgezet, toch was het verschil significant. Wanneer de resultaten naast de samenstelling van de darmflora werden gelegd, bleek dat kinderen met een diagnose ADHD en autisme minder bifidobacteriën hadden.

Geboorte en borstvoeding

Het is bekend dat autisme en ADHD een erfelijk component hebben. De samenstelling van de darmflora speelt wellicht een rol in het al dan niet tot uiting komen van de symptomen. 

 

De samenstelling van de darmflora wordt al vroeg in het leven bepaald, onder andere door de wijze van geboorte en door borstvoeding. Wanneer een baby geen borstvoeding krijgt, ontbreken in de darmen zowel prebiotische stoffen die via de moedermelk worden doorgegeven als probiotische bacteriën die rond de tempelhof huizen. 

 

Bij een keizersnede komt de baby niet in contact met de vaginale flora van de moeder, waardoor de kolonisatie van de jonge darm niet goed op gang komt. Hierdoor kunnen op latere leeftijd problemen ontstaan. Uit dit onderzoek blijkt dat toediening van probiotica dit in een vroeg stadium kan voorkomen. 

Behandeling en preventie

Het advies is dus om bij alle baby’s die niet langs de natuurlijke weg geboren zijn of geen borstvoeding krijgen een probioticum te geven met Bifidobacterium infantis en Lactobacillus rhamnosus. Waarom ook lactobacillus? Omdat combinaties van probiotica altijd beter werken dan afzonderlijke stammen. Eventueel kan worden aangevuld met prebiotica. Ook bij antibioticagebruik in de vroege jaren is suppletie aan te bevelen.

Bronnen
  1. psychologytoday.com/blog/evolutionary-psychiatry/201601/gut-autism-and-adhd
  2. Curran EA, O'Neill SM, Cryan JF, Kenny LC, Dinan TG, Khashan AS, Kearney PM, Research review: Birth by caesarean section and development of autism spectrum disorder and attention-deficit/hyperactivity disorder: a systematic review and meta-analysis, J Child Psychol Psychiatry. 2015 May;56(5):500-8. doi: 10.1111/jcpp.12351. Epub 2014 Oct 27.
  3. John F. Cryan & Timothy G. Dinan, Mind-altering microorganisms: the impact of the gut microbiota on brain and behaviour, Nature Reviews Neuroscience 13, 701-712 (October 2012)
  4. Pärtty A, Kalliomäki M, Wacklin P, Salminen S, Isolauri E, A possible link between early probiotic intervention and the risk of neuropsychiatric disorders later in childhood: a randomized trial, Pediatr Res. 2015 Jun;77(6):823-8.